Central Mine Action and Training School (CMATS)

 

Central Mine Action and Training School
25 oktober 1995 – 20 april 1999
Krijgsmachtdeel: Koninklijke Landmacht
Aantal militairen: 32

Het Nederlandse aandeel in CMATS

Enorme hoeveelheden landmijnen vormden een grote belemmering voor de normalisering van het dagelijkse leven in Angola. UNITA en de MPLA hadden zich in het protocol van Lusaka verantwoordelijk gesteld voor het ruimen van de mijnen in Angola. De algehele coördinatie lag in handen van INAROE, de Angolese instelling die zich bezighield met het ruimen van explosieven. De VN ondersteunden dit instituut met experts. Daartoe werd eind 1994 een ‘Central Mine Action Office’(CMAO) opgericht. Desalniettemin vorderde het ruimen van mijnen erg traag, zo constateerde de Veiligheidsraad in resolutie 1008 van 7 augustus 1995. De CMAO besloot daarop een mijnruimschool op te richten: de Central Mine Action an d Training School (CMATS). De school kreeg tot taak complete brigades (71 personen) van inheemse mijnenruimers en instructeurs op te leiden. Het CMATS-personeel moest vervolgens ook de brigades bij het ruimen van mijnen begeleiden.
Nederland had in Mozambique en Cambodja al ervaring opgedaan met dit soort mijnenscholen en besloot acht militairen te leveren. In totaal waren 55 militairen uit 8 landen werkzaam bij CMATS. Nederland leverde de plaatsvervangend commandant, twee instructeurs, een cursusbegeleider, twee militairen van de Explosieven Opruimingsdienst (EOD), een administratief officier en een onderofficier. De functie van administratief officier kwam na zes maanden te vervallen omdat de school haar eigen budget niet mocht beheren. De eerste groep Nederlanders vertrok op 25 oktober 1995 naar Angola. De Operationele, logistieke en administratieve bevelsverhoudingen werden pas op 2 januari 1996 vastgelegd. INAROE verzorgde de werving en selectie van ondersteunend personeel voor CMATS. Het hoofd van de CMAO fungeerde als de operationele commandant van CMATS. De force commander van UNAVEM ten slotte was de administratieve commandant en tevens verantwoordelijk voor de logistieke ondersteuning. Deze complexe bevelsconstructie verklaart bijvoorbeeld waarom de commandant van de school na veel vertraging op persoonlijke titel slaapaccommodatie moest regelen voor zijn staf in het ten noorden van Luanda gelegen Cacuaco. De staf verhuisde half december 1996 naar Viana, ten oosten van Luanda. In Viana was al sinds februari 1996, zij het na veel getouwtrek om een geschikte locatie, ook de opleiding gevestigd. De eerste cursus startte daar nog diezelfde maand en in oktober 1996 waren er vier brigades aan het werk. Inmiddels bleek er nogal wat te schorten aan de logistieke ondersteuning van deze brigades. Nederland was bereid hieraan tegemoet te komen door twee logistieke officieren naar Angola te sturen. Dit was eenmalig. De operationele verantwoordelijkheid voor de school ging in februari 1997 over van CMAO naar INAROE. De Angolezen moesten dus zelf de opleidingen gaan verzorgen. De internationale staf werd drastisch ingekrompen. Het Ministerie van Defensie heeft de bijdrage aan CMATS op 20 april 1999 beëindigd.

bron: Boek Van Korea tot Kosovo.