EUPOL Kinshasa (Congo)

 

Duur: medio april 2005 – 31 december 2006
Krijgsmachtdeel: Koninklijke Marechaussee
Aantal militairen: 3

 

Achtergronden

De Europese Unie voelde zich al langere tijd verplicht om vrede, rust en stabiliteit te brengen in Afrika en speciaal in het gebied rond de Grote Meren. Het had al een belangrijke rol gespeeld om de vrede te handhaven en de veiligheid te bevorderen in de Democratische Reubliek Congo door middel van ‘operatie Artemis’ die in juni 2003 was begonnen. Het doel was om een grote humanitaire ramp en burgeroorlog in de provincie Ituri te voorkomen. In september 2003 was deze operatie afgelopen en werd de volledige verantwoordelijkheden teruggegeven aan de VN-missie MONUC.
Uit vrees voor een escalatie van het conflict en een constante achteruitgang van de veiligheidssituatie in de RDC (Republic Democratie du Congo) en het gezamenlijke verzoek van de Congolese interim regering en MONUC in oktober 2003 besloot de Europese Unie om een politiemissie op te zetten in de hoofdstad Kinshasa.
Het hoofddoel van deze Eupol-Kinshasa missie was om een geïntegreerde politie-eenheid te formeren als onderdeel van een (nieuwe) landelijke politiemacht. De oprichting van deze Unité de Police Integree in de RDC kwam voort uit de eerder in december 2002 ondertekende Pretoria-overeenkomst en de op 29 juni 2003 ondertekende ‘Memorandum betreffende de Veiligheid en het Leger’. Het uiteindelijke totstandkoming van dit politie trainingsproject kwam direct voort uit een Europees Besluit van 9 december 2004 (2004/847/CFSP) maar viel uiteindelijk onder het Europese Ontwikkelingsfonds (EDF). De oprichting van de UPI zou een essentiële factor in het vredesproces en voortgaande ontwikkelingen zijn. De UPI zou in maart 2005 operationeel moeten zijn.

 

Het mandaat van de Eupol-Kinshasa missie

De EU zal zorg dragen voor de oprichting en komst van een Europese politiemacht die de UPI zal oprichten en trainen. De UPI zal het proces van consolidatie en interne veiligheid te verzekeren. De EU zal de RDC financieel ondersteunen mede door middel van het vertrekken van materiaal ter handhaving van de openbare orde en veiligheid. Ook zal de UPI door de EU worden voorzien van de noodzakelijke bewapening. De Political and Security Committee van de EU besloot de taken van de Eupol-Kinshasa missie nader te definiëren. Als eerste zou er voor de UPI een geschikt trainingscomplex gevonden moeten worden, zonodig moeten worden opgeknapt en dienen als een permanente basis voor deze UPI. Verder zou de Eupol-Kinshasa missie de UPI moeten opleiden. Ook zou de opgeleide UPI moeten worden gemonitord door de Eupol-Kinshasa missie. Ten slotte was het belangrijkste doel om de nieuwe Congolese politiemacht te helpen om de veiligheid van bepaalde staatsinstellingen en instituties te verzekeren gedurende de transitietijd. De transitietijd was de overgangstijd tussen de start van de missie in april 2005 tot aan 10 december 2006 wanneer de nieuwe president volgens de uitslag van de gehouden verkiezingen zou worden geïnstalleerd. De missie zal gaan bestaan uit ongeveer 30 personen (19 politiemensen, 4 internationale stafleden en 6 Congolese burgers). De Portugese superintendent Adilio Custodio werd aangewezen als hoofd van de Eupol-missie. Het budget voor de missie was gedurende de planningsfase en voor het jaar 2005 vastgesteld op € 4.370.000,- De Eupol-missie eindigde per 1 juli 2007. Al vanaf de start van de missie waren Canada en Turkije uitgenodigd om een politiewaarnemer naar deze missie sturen. Voor de verkieizingen in juni 2006 werd de missie nog eens versterkt met politiemensen uit Angola, Mali en Roemenië.

 

Het Nederlandse aandeel in de Eupol-Kinshasa missie

In april 2005 maakte majoor W. Le Rutte van de Koninklijke Marechaussee deel uit van de staf van deze Eupol missie. Hij werkte nauw samen met een Canadees (die als gast participeerde in deze missie) en was vooral belast met logistieke zaken. Zijn missie liep in oktober 2005 af. Op 9 januari 2006 kwamen kapitein C.F.C. Poelma en opperwachtmeester C. Kranenburg de missie versterken. Kapitein Poelma werkte als liaisonofficer nauw samen met een Portugese majoor en hield zich hoofdzakelijk bezig met het onderhouden van de contacten met de staf van de Congolese politie als ook met het schrijven van een grootschalig operatieplan voor de naderende verkiezingen voor de Congolese politie. Opperwachtmeester Kranenburg had als hoofdtaak het monitoren van de UPI nadat deze hun opleiding hadden voltooid.

Bron: Kees Poelma (uw webmaster)